Sommige mensen hebben een sleutel in handen die hen toegang verschaft tot kamers waar anderen niet zo gemakkelijk komen. Het kost hen vaak moeite om de kamer te vinden waar hij op past. Maar dat doet niets af aan hun ijver te blijven zoeken.
Wannes had zo een sleutel.
Hij heeft voor mij een deur geopend naar een wereld die me vertrouwd leek maar die ikzelf misschien niet meteen had gevonden.
Een wereld die me onmiddellijk aan mijn vader en diens verleden deed denken.
Een wereld waar ik geen toegang toe had. Mijn vader was een wees en vertelde zelden of nooit over zijn verleden. Ik moest met het weinige wat hij er over zei de puzzel samenstellen.
En toen ik voor het eerst ‘Adam en Eva’ van Karel Waeri hoorde of ‘Jef heeft me een sjiek gerefuseerd’, beide nummers gezongen door Wannes op zijn eerste lp, voelde ik spontaan dat deze liederen en de humor en de zelfspot die eruit sprak, die van mijn vader waren.
Het is een sterk aanvoelen dat me niet meer heeft losgelaten en die me overigens zeer dierbaar is. Een kostbaar kleinood. Een gevoel van thuiskomen. Van te denken, dit is voor mij geschreven, dit versta ik, dit voel ik sterk aan. Zonder tegelijk goed te weten waarom.
Daarna hebben nog vele liederen en boeken dit aanvoelen versterkt.
Eenzelfde gevoelen overweldigde me toen ik voor het eerst de toneelopvoering ‘Mistero Buffo’ in de Munt in Brussel zag. Waar Wannes overigens een heel belangrijk aandeel in had.
Dit was theater zoals ik het nooit had durven dromen. Theater dat zich bediende van Bijbelse verhalen die we bij wijze van spreken van buiten kenden, maar die in een nieuwe context werden geplaatst. Ze werden gekoppeld aan een visie, een sterke overtuiging, die oog had voor dingen en mensen waar meestal overheen gekeken werd.
Wannes had de sleutel om de op het eerste gezicht soms banale dingen in een bredere context te plaatsen. Om verbanden bloot te leggen waar ik ze niet vermoed had. Om het over de poëzie in de architectuur en de stedenbouw te hebben en over de muziek in de literatuur.
Zo maakte hij de wereld nog boeiender dan ik hem al vond.
Zo werden we vrienden.
Met weinig woorden ging ik zeggen, hoewel we door de jaren heen een uitgebreide correspondentie voerden.
Een briefwisseling waarin we probeerden onder woorden te brengen wat we al lang hadden aangevoeld.
In een brief van 10/6/03 schreef hij: ‘Een gevolg daarvan is een sterke nood aan eenzaamheid of afzondering, een nood aan diepere contemplatie misschien. (…) Het zal er uiteindelijk wel op neerkomen dat ik aan een nieuwe zoektocht begonnen ben, maar één die zich op uiterst kleine thema’s en motieven wil richten. Alsof ik er een beetje wil in verdwijnen…
Niet gemakkelijk om dit onder woorden te brengen, maar ik denk dat gij mij wel begrijpt.’
Een zoektocht, denk ik dan, naar betekenissen en geheimen die zich verborgen houden in de kleinste plooien en kieren. En die zich meestal bij toeval prijsgeven. Enkel te weten dat zich ergens een geheim schuilhoudt is voldoende om te blijven zoeken. Zoals Richard Minne zei: ‘wie dieper delft zal ’t erts wel vinden’.
En in de hoop dat het zoeken van Wannes kan blijven inspireren hebben we met een aantal vrienden Erfgoed Wannes Van de Velde opgericht.
Misschien is dat niet nodig. Vindt zijn erfgoed hoe dan ook zijn weg en zal ook zonder onze inspanningen, over een aantal jaren, iemand Wannes herontdekken en zijn ontdekking de wereld insturen.
Daar ben ik van overtuigd. Maar intussen verzamelen we zijn geschriften en muziek en grafisch werk opdat het door velen kan geraadpleegd worden.
Het is het minste wat we konden doen, na alles wat hij ons belangloos gegeven heeft.