Robbedoes interviewt Wannes Van de Velde (1971)
Erik Verkroost woont in Antwerpen, Wannes van de Velde ook. Ze hebben een tijdlang zelfs vlak bij elkaar gewoond, maar tot een persoonlijke kennismaking tussen Erik en de bekende zanger van het Vlaamse volkslied, maar tegelijk schrijver en componist, Wannes, was het nog nooit gekomen.
Daarvoor riep Erik de hulp in van Robbedoes, die dat een goed idee vond, een idee dat navolging verdient, en die ervoor zorgde dat alles in kannen en kruiken kwam.
-Wist je vroeger al dat je zanger wou worden ?
Wannes : Welnee. Daar was nooit aan gedacht, want zo'n geweldige stem heb ik niet.
-Lees je Robbedoes ?
Wannes : Jaja, Guust, dat vind ik iets formidabels. Over het algemeen vind ik Robbedoes... tja, dat zal ik maar niet zeggen... Hahahaha
- Waarom niet ? Doe maar.
Wannes : Ja? Er is zo'n blad met verhalen van Oom Wim, zijn jullie dat?
-Ja…
Wannes : Bah, je reinste geschiedenisvervalsing. En Buck Danny... dat vind ik zo reactionair als de pip! Maar ik heb nog de eerste Robbedoesen, de allereerste met die grote tekeningen! Ah… dat is iets fijns. Toen was dat nog iets speels! In die verhalen van Oom Wim... net allemaal kartonnen mannen, die maar gelaten tegen de storm vechten. Maar Guust vind ik iets fantastisch.
-Wat doe je nu eigenlijk precies allemaal?
Wannes: Mijn job is dus de muziek. Optreden op kleinkunstavonden, met onze volksliedjes, da's één. Dan hebben we het toneel. lk word veel gevraagd om aanpassingen te maken voor toneel. Niet zozeer toneelmuziek, maar meestal volksmuziek passend maken voor toneel. In Ierse stukken wordt tamelijk veel gezongen en die stijl leunt wel een beetje aan bij wat wij doen. Wij komen dan om het eens voor te doen, een voorbeeld te geven van die stijl van zingen.
-Je schreef ook kolommen voor 'n krant?
Wannes : Ja, maar dat is nu wel minder. Ik heb te weinig tijd — moet meer aandacht aan de muziek besteden.
Kun je daarvan leven?
Wannes : Ja, ja... dat lukt me best. Ik begeleid ook nog de lessen op de balletschool, Spaanse gitaar.
-Zijn er andere beroepen die je zou willen uitoefenen?
Wannes : Andere beroepen... ja, luister... als ik denk aan een beroep, dan denk ik aan een ambacht. Dat is mijn opvatting van beroep : ambacht. Iets met de hand dus, hè. Als kind wilde ik meubelmaker worden, dat leek me geweldig, werken met dat hout, die lijm het maken van een meubel, snap je. Ik hou heel veel van mooie meubels, werkstukken en architectuur. Architectuur is iets dat me ook geweldig fascineert. Maar die ouwe ambachten, dat verdwijnt allemaal. Hier en daar zit nog zo'n oude handwerkman te verkommeren, dood te hongeren. Zo heel af en toe krijgt hij nog eens wat te doen, voor één of ander folkloristisch gebeuren. Echte beroepen bestaan naar mijn gevoel niet meer. Aan dat verdwijnen van al die vakmensen vind ik dat je een verwatering van onze beschaving ziet.
-Waar heb je een hekel aan?
Wannes : Och... waar heb je een hekel aan? Niet zo direct aan bepaalde toestanden of mensen, omdat ik nogal thuis leef... Aan misbruiken, dwingelanden, folteringen en alles.
-Ging je graag naar school?
Wannes : Nee... eigenlijk niet.
-Is er veel in dit leven wat je dwars zit?
Wannes : Och, nee... je moet proberen de goeie dingen te zien. Maar er gaat zoveel verloren in deze maatschappij, het leven is voor mij "contact met de grond", als ze vroeger een stoel maakten, dan was dat een stoel waar je rustig op kon gaan zitten, zonder dat je bang hoefde te zijn dat die in elkaar zakte. Maar nu... Dat zijn van die kleine dingen, kleinigheden. Ik bedoel niet de groooootse verwezenlijkingen van de Farao, dat niet, maar kijk eens in oude gebouwen, hoe die afgewerkt zijn, in alle hoeken en gaten, die marmeren vloeren, dat mozaïek, allemaal heel evenwichtig... en dat is nu weg. Ik leef niet in het verleden, hoor, maar ik voel wel dat er erg weinig contact met de grond is... Kijk eens hoe de mensen met elkaar leven, ze vervreemden helemaal van elkaar!
-Denk je dat het vroeger allemaal zoveel beter was?
Wannes : Nee... tenslotte kennen wij alleen de geschiedenis van de leidende klasse, met een korte ei. Van de lijdende klasse, met een lange ij is de geschiedenis niet zo bekend. Maar wat er nu gebeurt... tja, eigenlijk kunnen wij dat zelf niet zeggen, wat zich in onze tijd ontwikkelt... we zien alleen de massa van het ogenblik; wat ervan overblijft kun je pas achteraf zeggen. Maar de kultuur — en dan bedoel ik toch niet de kunstvoorwerpen, maar het leven — dat kunnen wij niet zo gissen, daar zitten we midden in, dat is een enorme massa. Vroeger was de wereld veel gemakkelijker te overzien.
-Zou je een paar eeuwen terug willen?
Wannes : Nee... nee, helemaal niet, ik ben erg tevreden in deze tijd, het is erg boeiend. Ik speel bijvoorbeeld soms liedjes van vier- vijfhonderd jaar oud. Wel, zoiets heeft nooit eerder bestaan. De mensen hebben nog nooit al de muziek van de voorafgaande eeuwen tot hun beschikking gehad. Dat is toch formidabel, om gek van te worden. Ik zou hier nu voor jullie een stuk kunnen spelen uit, pak weg... 1480.
Je kunt er ook van alles mee doen. Bij die oude muziek kunnen we elementen brengen die de mensen in die tijd nog niet kenden. We kennen op dit moment namelijk niet alleen die muziek uit 1480, maar ook Bartok en Mahler.
-Hoe lang zing je al?
Wannes : In het publiek zo'n acht, negen jaar.
-Is het moeilijk om al die volkswijsjes op te snorren?
Wannes : Nee, dat valt best mee. Er zijn een heleboel bundels, heel oude bundels, waar je die liedjes in terug kunt vinden. Soms ook horen we hier of daar nog ergens een fragment, dat je dan weer kunt aanvullen. Nee, er is heel veel op dat gebied. Dat is echt ongelofelijk. We weten alles van een ander volk, we kennen de levenswijze van de Japanners. Als je China wilt leren kennen, dan gaat dat. Ongelooflijk wat we momenteel voor een verscheidenheid hebben aan kleren, apparaten en auto's... Dat is nog nooit eerder gebeurd, zo'n opeenstapeling van kleuren, dingen, begrippen en noem maar op.
-Heb jij een auto?
Wannes : Née. Ik heb er geen nodig. Als het praktisch noodzakelijk zou worden, zou ik er wel een nemen. Het is geen kwestie van principe, hoor, alleen maar dat ik niet hebberig ben. Ik zie veel liever muziekinstrumenten.
-Wat voor instrumenten heb je?
Wannes : Een luit, twee Spaanse gitaren... Mijn vrouw heeft een clavecimbel, piano... En een draalier heb ik nu pas weer op de kop getikt.
-Ga je kamperen in je vakanties?
Wannes : Nee, kamperen niet. Een beetje gemakkelijker, graag. Korte excursies maken, of zo eens veertien dagen op een boerenhuis wonen, dat is ook fijn. Hoewel ik toch het meeste van de stad hou, ik ben nu eenmaal een stadsmens, ik ben opgegroeid in een volksrijke buurt in Anwerpen, de Zirkstraat in het Schipperskwartier, en daar hang je dan aan, daar hou je van. In zulke buurten is nog een overschot van samenleving... hoe zal ik het zeggen... de mensen hangen daar nog meer aaneen, die hebben zo onder elkaar een soort ongeschreven wetten, een systeem. Dat vind je in dorpen ook nog, denk maar aan die dorpen waar je met een beetje goede wil nog op de brandstapel kunt komen. Die volkswijken zijn nu langzamerhand ontredderd, ontvolkt. Bedrogen eigenlijk, door de zogezegde sanering van die volkswijken, vooral in Antwerpen. Volgens mij hebben ze dat heel bewust gedaan, om die kracht van zo'n bevolkingsgroep te breken.
-Zouden ze zo slim zijn?
Wannes : Nou, dat is dan nóg erger, eigenlijk. Ik ben het ermee eens dat er wat aan die buurten moest gebeuren, die krotten, donker, vochtig, zonder riolering, geen sanitair, nauwelijks gas en water, natuurlijk moest dat veranderd worden, maar daarvoor hoeven ze zo'n wijk toch niet tegen de vlakte te trekken? Ze hadden er ook een paar miljoen tegenaan kunnen gooien om de boel daar te verbeteren! Kijk nu maar in Holland, Roosendaal bijvoorbeeld, daar is een heel modern winkelcentrum, heel mooi, je komt een hoek om en dan sta je ineens in een heel mooi bewaard gebleven oud stadsdeel. Maar hier, in België, stellen ze op die dingen zeker geen prijs. Er is een goed plan geweest om die huizen van binnenuit te verbeteren, zodat er eindelijk licht kwam, en de buitenkant te restaureren. Dat was een heel mooi deel van de stad. Maar je hoort het, zit weer op mijn stokpaardje! En ik had nog wel gezworen er nooit geen woord meer over te zeggen! Ik maak me toch alleen maar kwaad!
Jos Thomasse.
(Met dank aan Gunter Verhoeven voor het ontdekken van het artikel)