BIOGRAFIE

    Wannes Van de Velde (Willy, Cecile, Johannes, Antwerpen 29/4/1937 - Antwerpen 10/11/2008), zanger, liedjesschrijver, gitarist, schilder, illustrator, decorontwerper, toneelauteur, vertaler, … was de zoon van metaalbewerker Jaak Van de Velde en huisvrouw Stephanie Dewilde, was drie toen de Tweede Wereldoorlog begon. Die oorlog en de bezetting van Antwerpen - en bij uitbreiding België - heeft een onuitwisbare indruk nagelaten en heeft van hem een compromisloze pacifist gemaakt. Het thema oorlog en vrede is dan ook een essentieel onderdeel van zijn oeuvre. Toen na de bevrijding van Antwerpen (4/9/1944) de stad alsnog werd gebombardeerd door de Duitse V1’s en V2's vluchtte moeder Van de Velde met haar zoon naar Roeselare, waar eerder ook al haar ouders waren ondergebracht. Daar hoorde hij voor het eerst de doedelzak weerklinken op het oefenterrein van het Schotse regiment. Bijna twee jaar later keren ze terug naar Antwerpen en begint het 'gewone' leven.

    De jonge Willy - soms ook Wim, hij zal pas later Wannes worden - gaat naar de lagere school en nadien naar de Rijksmiddelbare School in de Pijlstraat. De middelmatige leerling was matig geïnteresseerd in wiskunde, maar des te meer in talen, geschiedenis en muziek. Van zijn allereerste muziekleraar Luc Schallenberg leerde hij volksliederen als 'Sa vrienden in het ronde' of 'De Scheresliep'. Het is niet zijn eerste contact met het volkslied. Zijn beide ouders waren namelijk voortreffelijke amateur-zangers. Moeder zong thuis de 'hits' van Kees Pruis (1889-1957) en andere populaire radiovedettes. Vader was een gekend cafézanger met een repertoire van socialistische arbeidersliederen en volkse spotliederen.

    Als hij dertien is, raakt Wannes gefascineerd door de flamenco-muziek die hij ontdekte op de Franstalige radio. Louis Quiévreux (1902-1969) maakte voor het INR, de Franstalige tegenhanger van het N(ationaal) I(nstituut) voor R(adio-omroep), jarenlang reportages over o.m. de Spaanse muziek die hij ter plaatse ging opnemen. In zijn derde jaar aan het atheneum leert Wannes Frans Van Haver kennen. Hij was behalve beeldhouwer ook een uitstekende gitarist en kenner van het 'Oude Nederlandse Lied'. Van hem leerde Wannes zijn eerste gitaarakkoorden en de eerste liederen uit het rijke traditionele repertoire van Edmond de Coussemaker (1805-1876) in diens 'Chants Populaires des Flamands de France' (ed. Ghyselinck, Gent, 1856). Zijn eerste echte gitaarlessen krijgt Wannes van Ilse Laforce - de latere Ilse Alfonso. De gitaar wordt evenwel pas echt een passie als hij na dat derde jaar atheneum eindelijk terecht kan op de Kunstacademie. Hij volgt er de richting handel, maar dat was bijzaak. Hij kon er vooral heelder dagen tekenen en schilderen én hij zal er kennis maken met een van de modellen, de flamencomeester Sabas Gómez y Marín. Van hem leert hij de oude flamencostijlen en krijgt hij er zijn eerste lessen Spaans bovenop.

    In 1958 worden de academiejaren voorlopig afgesloten met zijn deelname aan de groepstentoonstelling van G58 in het Hessenhuis. De opening daarvan zal hij niet meemaken omdat hij uitgerekend dan aan zijn legerdienst begint, een marteling die hem zijn hele verdere leven zal achtervolgen. De pacifist van in de wieg krijgt een wapen in de hand gestopt en moet daarmee leren schieten. 'Dat was een ellendige ervaring. Het was een verschrikkelijke domper op mijn kracht, op mijn vitaliteit. (…) Wij werden er vreselijk vernederd. Dat heeft veel krachten gekost.' Het heeft zijn leven overhoop gehaald.

    Na zijn legerdienst gaat muziek een steeds grotere rol spelen in zijn dagelijks leven. Overdag werkt hij als decorateur, 's avonds is er jazz en langzamerhand ook meer en meer volksmuziek. Tijdens een verblijf in Bretagne hoort hij voor de tweede keer de magische doedelzak. Hij ruilt de saxofoon voor de doedelzak en verdiept zich in de traditionele muziek. De liederen van zijn vader bleken deels afkomstig van de Gentse volkszanger Karel Waeri (1842-1899). Wannes wijst zijn collega Walter De Buck op de unieke liederenschat. Zelf blijft hij af en toe putten uit dat repertoire en ontdekt een schier eindeloze reeks liederen in diverse bundels die hij bij antiquairs op de kop kan tikken. Tegelijkertijd begint hij aarzelend aan een eigen repertoire. Als in de prille jaren 1960 zijn oude stad wordt gesloopt schrijft hij zijn eerste protestliederen. 'Het lied van Lange Wapper' en 'Het Lied van de Neus' staan op zijn allereerste elpee (Philips, 1966) naast de traditionele liederen en hebben alvast de verdienste dat ze daarvoor niet moeten onderdoen. Met de jaren zullen de eigen teksten een grotere rol gaan spelen.

    Na een schuchtere poging om die teksten in het Algemeen Nederlands te schrijven, kiest hij resoluut voor zijn moedertaal, het Antwerps. Die keuze zorgde destijds voor heel wat beroering in culturele middens. In de late jaren 1950 en de vroege jaren 1960 probeerde men immers het dialect te verbannen naar de puinhopen van de geschiedenis en te vervangen door het Algemeen Beschaafd Nederlands. De talloze ABN-kernen waren bezielde pleiters voor een keuriger Nederlands en zeker toen in die periode de ontluikende Kleinkunst succesvol deze taalvariant als norm voorop stelde werd het gebruik van dialect niet overal op applaus onthaald. Toch kon Wannes zich - mede door de kwaliteit van zijn teksten - handhaven in deze bijwijlen stormachtige taaloorlog.

    Voor de melodieën grijpt hij vaak terug naar de traditionele liederenschat, componeert ook zelf prachtige melodieën in de oude stijl en krijgt vaak hulp van zijn fluitist en arrangeur Walter Heynen (1944-1995). Walter was niet de eerste muzikant van Wannes. Die eer gaat naar violist Flor Hermans (1935), gevolgd door accordeonist Bernard Van Lent (1947). Zij zorgen vele jaren lang voor de unieke sound van Wannes die traditionele liederen hedendaags liet klinken en zijn eigen liederen als geen ander een vleugje traditie en verleden kon bezorgen. Vanaf de elpee 'Stadsgedachten' (Philips, 1983) komt ook gitarist Jan wellens bij de vaste begeleidingsgroep. Wannes zal zelf ook meer en meer de gitaar - die hij vroeger angstvallig had gereserveerd voor zijn flamenco - gaan gebruiken. Bij de elpee 'Tussen de lichten' (Philips, 1986) volgt contrabassist Walter Poppeliers. Vanaf de eerste CD 'De kleuren van de steden' (Granota/HKM, 1992) wordt violist Flor Hermans vervangen door Gilberte Van de Plas. Als in 1995 Walter Heynen overlijdt wordt hij vervangen door Stefan Wellens op altviool. Op de allerlaatste CD 'In de maat van de seizoenen' (HKM, 2006) is ook bassist Walter Poppeliers vervangen door Ben Faes.

    Na het verschijnen van zijn allereerste elpee 'Wannes Van de Velde' (Philips, 1966) brak in Vlaanderen een ware folkrevival los. De folk had vanuit Engeland het Europese vasteland veroverd en Wannes paste wonderwel in de mengeling van traditionele muziek en de nieuwe chansonrage die via Nederland uit Frankrijk was aangewaaid. Het 'betere lied' werd bovendien door een jonge generatie radio- en televisiemakers enthousiast onthaald. Programma's als 'De charme van het chanson' op de radio met o.m. Johan Anthierens (1937-2000) als presentator en Snarenspul op TV met drijvende kracht Jan Geysen (1937-1993) zorgden ervoor dat beide genres - chanson én folk - een invloedrijk forum kregen.

    Naast zijn muzikale activiteiten was Wannes Van de Velde zeer actief in de theaterwereld met als absoluut hoogtepunt zijn medewerking aan Mistero Buffo door de (Internationale) Nieuwe Scène. Eerder al hadden diverse theaterproducenten en -regisseurs Wannes leren kennen als drijvende kracht achter de schermen. Toen in 1971 de acteurs Charles Cornette (1939) en Hilde Uyterlinden (1939) uit onvrede met gevoerde beleid opstapten bij de KNS (Koninklijke Nederlandse Schouwburg) trokken ze met een vaag voorstel naar Maurice Huisman (1912-1993), de toenmalige directeur van de Koninklijke Muntschouwburg / Théâtre Royale de la Monnaie. Deze visionaire directeur had eerder al bewezen open te staan voor voorstellen die buiten de strikte opera-context vielen. Charles Cornette kreeg voor zijn vaag voorstel carte blanche op voorwaarde dat de productie in de twee landstalen zou worden gebracht én dat ze minstens 50 % procent muziek zou krijgen. Cornette betrok eerst de Italiaanse regisseur Arturo Corso en daarna Wannes Van de Velde bij het project. Corso bezorgde de originele tekst van de latere Nobelprijswinnaar Dario Fo aan Cornette en een stapel traditionele Italiaanse liederen aan Van de Velde. Die herschreef de liedteksten in het Nederlands én het Frans. Het resultaat 'Mistero Buffo' ging in november 1972 - eerst in het Nederlands, een week later in het Frans - in première in de kleine zaal van de Munt. Het waren merkwaardig genoeg Franstalige recensenten van La Libre Belgique, Le Soir, Pan, L'Avenir … die ter aankondiging van de Franstalige première met hun unaniem lovende kritieken de aanzet gaven voor een ongezien succes. De geplande twee reeksen voorstellingen kreeg een eindeloos vervolg dat het gezelschap ook op de Nederlandse podia van het Holland Festival en het Palais des Papes in Avignon bracht. Het succes, de daarmee gepaard gaande reeks voorstellingen én persoonlijke en gezondheidsproblemen zorgden ervoor dat Van de Velde in 1974 moest afhaken en verzeilde in een jarenlang aanslepende depressie.

    Terwijl hij samen met regisseur Corso ook de Duitse repetities leidde in het stadstheater van Essen in Duitsland maakt hij kennis met zijn grote liefde de Duitse actrice Christa Bernhardt-Kabisch. Zij zal haar eigen carrière opzeggen en zich verder volledig wijden aan die van haar Wannes. In 1976 verschijnt de elpee 'Ne zanger is een groep' (Philips, 1976) met daarop o.m. een reflectie op zijn depressie. 'Ik heb mijn hart gesloten in 't gevang van mijne geest' is een bevrijdende bekentenis. Van dan af wordt hij weer volop lid van de 'groep muziekvernuftelingen uit alle tijden donker en licht'. Naast zijn eigen producties wordt hij ook betrokken bij andere projecten. Zo is er de Elf Novembergroep uit Kemmel (nu gemeente Heuvelland) met 'Nooit brengt een oorlog Vrede' (1978). Verder was hij nauw betrokken bij diverse VRT-producties van radio 1-producer Dree Peremans zoals de 'Islandsuite', 'Het Zwarte Goud', 'Vivelegeus', 'De Liedboeken', … . Voor radio 3 - later Klara - maakte hij een zestigdelige reeks over zijn eerste muzikale liefde de flamenco in opdracht van Herman Vuylsteke en later werkte hij er vaak samen met producer Paul Rans mee aan allerlei aan (Vlaamse/Nederlandstalige) volksmuziek gewijde programma's. Belangrijk was ook zijn bijdrage aan het poesjenellentheater dat hij kende uit zijn jeugd en -studentenjaren.

    In 'Collage Flamand' (1981), een experiment van de Internationale Nieuwe Scène, stonden poppen en acteurs samen op de planken. Daarna sticht Van de Velde zijn eigen poesjetheater Water & Wijn waarvoor hij zelf de decors ontwerpt, de verschillende stemmen inspreekt, eigen stukken schrijft en stukken van Federico Garcia Lorca of Michel de Ghelderode hertaalt. Door het uitblijven van beloofde subsidies sterft zijn poesje een veel te vroege dood. Tenslotte schreef Van de Velde in de loop der jaren onophoudelijk aan zijn 'memoires'. Zeker in zijn latere jaren was zijn ambitie om te eindigen als schrijver groter dan zijn overleven als zanger-muzikant. Na drie delen 'notities' verscheen postuum nog 'Over Zingen', een terugblik op zijn zangersleven.

    Wannes eerste communie
    Wannes eerste communie
    Wannes leger
    Wannes in het leger
    Wannes gitaar
    LP
    Laat de mensen dansen
    Christa
    Wannes met Dario Fo & Arturo Corso - Mistero Buffo
    Christa
    Christa
    My Image

    ONDERSCHEIDINGEN

    Wannes Van de Velde won meerdere prijzen, onder meer:
    • 1989 Szukalski Award
    • 1993 Prijs Gilbert Van Geert
    • 1994 Sabam
    • 1994 Prijs van de Gilbert Van Geertstichting
    • 1995 Zamu Award
    • 1997 Arkprijs van het Vrije Woord
    • 2000 Premio Andalucía van de stad Ayamonte (Huelva)
    • 2003 De Klara Carrièreprijs
    • 2005 Maestro Honoris Causa, titel toegekend door de Stichting Conservatorium Antwerpen
    • 2007 Vijfde muziekstraat van de SIM-route, Wannes Van de Velde El Corredor
    • 2007 De Klara Muziekprijs 2007 voor beste wereldmuziek cd In de maat van de seizoenen
    • 2009 Postuum opgenomen in de Radio 2 eregalerij voor een leven vol muziek.
    Hij werd ook voorgedragen door de Vlaamse commissie als kandidaat-laureaat voor de muziekprijs van het UNESCO werelderfgoed.

    DOCUMENTAIRE

    "Ik heb, samen met mijn beste vriend Alex Boon en Jan Geysen deze docu kunnen maken voor de BRT.
    George Kamanayo was de cameraman. We draaiden nog op film, (16mm omkeer) en met een zeer klein budget en moesten spaarzaam omspringen met elke meter film.
    Wannes heeft deze docu geselecteerd voor vertoning op zijn begrafenis in de Roma in Antwerpen.
    De wereld is klein, de bevlogen figuur van de Roma, Paul Schyvens, was toen nog de bevlogen figuur van de Sfinks in Boechout, waar we Martin Carthy filmden. Wannes was, en is, mijn gids in de muziek, in mijn leven …"

    John Erbuer

    Disclaimer: Indien er media-materiaal op deze website staat waar u de rechten op bezit en hier onterecht geplaatst is, laat het ons dan a.u.b. weten.
    privacy policy

    Wij gebruiken cookies om uw surfervaring op deze site te verbeteren. Als u voortgaat met het surfen op deze site, gaat u akkoord met onze cookies policy.